|
De Goede Patiënt in ziekenhuisdrama (2011) |
|
Heidi de Mare Fictionele beelden in ziekenhuisseries moeten niet beoordeeld worden als reële afbeeldingen van de werkelijkheid. Als ziekenhuisdrama opgevat wordt als moderne mythologie kan het ons helpen gevoeligheden te ordenen, verwachtingen te vormen en te helpen met beslissingen. Lees meer: ' De Goede Patiënt in ziekenhuisdrama', op verzoek van de Nieuwsbrief van de Nederlandse Vereniging voor Bio-ethiek, Thema De Goede Patiënt, pp. 22-26.
|
Gabriël van den Brink ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht’ – dat was het even beknopte als trefzekere antwoord van Paul Schnabel op de vraag hoe het nu gaat met Nederland. Dat antwoord lijkt ook van toepassing wanneer we de vraag op de lotgevallen van het hogere in de Lage Landen toespitsen. Het hogere wordt alom erkend en zelfs gewaardeerd zolang het een min of meer private vorm heeft maar in de publieke sfeer doen we alsof het niet bestaat. We hebben in het voorgaande gezien dat hogere waarden, morele idealen en geestelijke beginselen op tal van plaatsen in de Nederlandse samenleving te vinden zijn. Ze werken door in de wijze waarop burgers hun levensstijl vormgeven en zich over de meest wezenlijke dingen in het leven uitspreken. Ze komen tot uiting in de motieven die mensen ertoe aanzetten om actief te worden als vrijwilliger. Ze zijn herkenbaar in de doelen die professionals in de publieke of semipublieke sector nastreven. Ze vormen een onmisbaar ingrediënt voor de boeken, films en andere culturele uitingen die bij een breed publiek in de smaak vallen. In die zin kan men inderdaad spreken over een proliferatie van het hogere. Daar komt nog eens bij dat de variatie aan uitingsvormen in de loop van de geschiedenis steeds groter werd. Anders gezegd: met mijn eigen verhouding tot het hogere zit het in Nederland wel goed. Maar hoe staat het met de betekenis hogere waarden, morele idealen en geestelijke beginselen voor de publieke sfeer? Lees verder [pdf] |
|
Het moral argument in films van de Coens (2011) |
|
Gawie Keyser In het ontwerpen van een ‘uitgangspositie’ voor je verhaal, is het stap negen van tien: verzin een morele keuze voor je hoofdpersonage. Het is maar een stap, een fase in het bizarre, briljante The Anatomy of a Story. 22 Steps to Becoming a Master Storyteller door John Truby, maar hier draait alles om: de held of heldin maakt een keuze die niet alleen het verhaalverloop beïnvloedt, maar ook van doorslaggevende belang is voor de ontwikkeling van zijn of haar karakter. Sterker, deze keuze bepaalt de betekenis van de film; door het maken van de keuze kristalliseert zich een thema of motief uit die de kern van de ‘boodschap’ van het stuk bevat. Deze keuze is allesbepalend en allesomvattend. En het gaat altijd om een ‘duivels dilemma’, want alle grote verhalen draaien om morele beslissingen die, eenmaal genomen, de basis van een levensvisie bevat. Duivelse dilemma’s raken derhalve niet alleen specifieke verhalen of mythen, ze zijn bepalend voor de wijze waarop de cinematografie werkt: mensen kijken naar films in een poging het geheim van het leven te ontrafelen. Dat wil zeggen: wil je weten hoe je moet leven, ga dan naar de bios. Lees verder [pdf]
|
Gabriël van den Brink Toen Job Cohen zich enkele maanden geleden kandidaat stelde als lijsttrekker voor de PvdA nam hij tot twee maal toe het woord beschaving in de mond. Wat zou de betekenis van die term kunnen zijn?
Beschaving of civilisatie is binnen de sociale wetenschappen een omstreden begrip. Het woord zelf is duidelijk: beschaven houdt in dat men het ruwe materiaal van grofheden ontdoet. In die zin lijkt beschaving op een ander omstreden begrip namelijk: cultuur. Die term verwijst naar het bewerken van de grond opdat ze vruchten draagt. Een derde term is Bildung of vorming: alles wat iemand moet leren om een goed burger te zijn. Lees verder [pdf] |
|
Leo van Bergen De lezing De geschiedenis herhaalt zich (niet). Over wetenschappelijke waarheid en maatschappelijke beeldvorming vormde het vervolg op een lezing gegeven op een eerder congres over pandemiebestrijding. Daarin stond het (verklaren van het) verschil in ophef tussen de Spaanse Griep (veel doden, weinig ketelmuziek) en de Mexicaanse griep (nauwelijks doden, enorme ketelmuziek) centraal, al werd ook aan andere epidemieën zoals de Hong Kong- en de Aziatische griep, en aan de reacties daarop, aandacht besteed. Lees meer [pdf]
|
|
Medical War Photography (2010) |
|
Leo van Bergen, Frans J. Meijman en Heidi de Mare For centuries pictures of the dead and wounded have been part and parcel of war communications. Often the intentions were clear, ranging from medical instructions to anti-war protests. The public's response could coincide with or diverge from the publisher's intention. Following the invention of photography in the nineteenth century, and the subsequent claim of realism, the veracity of medical war images became more complex. Analysing and understanding such photographs have become an ethical obligation with democratic implications. We performed a multidisciplinary analysis of War Surgery (2008), a book containing harsh, full-colour photographs of mutilated soldiers from the Iraq and Afghanistan wars. Our analysis shows that, within the medical context, this book is a major step forward in medical war communication and documentation. In the military context the book can be conceived as an attempt to put matters right given the enormous sacrifice some individuals have suffered. For the public, the relationship between the 'reality' and 'truth' of such photographs is ambiguous, because only looking at the photographs without reading the medical context is limiting. If the observer is not familiar with medical practice, it is difficult for him to fully assess, signify and acknowledge the value and relevance of this book. We therefore assert the importance of the role of professionals and those in the humanities in particular in educating the public and initiating debate. Lees verder in: 'From Goya to Afghanistan - an essay on the ratio and ethics of medical war pictures', verschenen in Medicine, Conflict and Survival
Uit het rapport over 2010 van Routledge/Taylor & Francis Group over het tijdschrift MCS: "The article that was downloaded the most in 2010 was 'From Goya to Afghanistan - an essay on the ratio and ethics of medical war pictures' by Leo van Bergen, Heidi de Mare and Frans J. Meijman published in Volume 26, Issue 2. This article was downloaded 997 times."
|
|
Marieke Berkers, Iris Burgers en Heidi de Mare Lesmodule ROI i.s.m. NWO en KNAW. In zogenaamde articulatiesessies rondom de casus ‘Fileproblematiek’ gingen de deelnemers in gesprek met geesteswetenschappers: “waarom heb je hier niet aan gedacht”, “je vlucht in de techniek”, “de redenatie is krom”. De resultaten van deze sessies zijn vervolgens gespiegeld aan analyses van het probleem volgens de eigen methodiek van de deelnemers. Denkend vanuit de geesteswetenschappen krijg je hele andere noties bij dit soort vraagstukken. Bijvoorbeeld dat de slogan “anders betalen voor mobiliteit” averechts werkt. Het beleid is er op gericht mensen uit de auto krijgen. Als je ziet hoe sterk persoonlijke identiteit verbonden is met de auto, en hoe automerken dat al decennialang uitdragen, dan is het onbegonnen werk. Het maakt helemaal niet uit dat je in de file staat, als je maar met een goed gevoel in de auto zit. Dat soort inzichten helpen om de analyse van het probleem anders in te steken, niet alleen vanuit tolpoortjes en techniek.’ Lees verder Actuele Geesteswetenschappen
|
|
Ars sine scientia nihil est (2009) |
|
Heidi de Mare Interdisciplinariteit vergt gedegen kennis van verschillende academische disciplines met bijbehorende onderzoeksobject en analytisch begrippenapparaten. Voorts een ontwikkeld vermogen tot reflectie om epistemologische verschillen te onderkennen en op waarde te schatten. En tenslotte een theoretische strengheid, waarin deze kennissoorten systematisch onder een nieuwe noemer worden gebracht, in de vorm van een eigen vraagstelling, een eigen onderzoeksobject en een daarop toegesneden analytisch begrippenapparaat. Interdisciplinariteit in de huidige geesteswetenschappen moet daarom kritisch op haar grondslagen worden ondervraagd, zeker nu de humanities in Nederland onder de noemer 'interdisciplinariteit' grote, brede en algemene opleidingen ontwikkelen. Als beeldwetenschapper weet ik dat aan interdisciplinair onderzoek, aan de kunst van het vergelijken en aan waarheidsvinding hoge eisen worden gesteld zodra je andere disciplines ernstig neemt of onderzoek wilt doen naar beeldcultuur buiten de universitaire muren. Uit eigen ervaring van de laatste jaren weet ik dat alleen streng denken door maatschappelijke opdrachtgevers wordt geaccepteerd en dus een absolute voorwaarde is om de urgentie van de beeldcultuur op de publieke agenda te krijgen. Maar het is ook de enige manier om de toekomst en de levensvatbaarheid van een duurzame geesteswetenschap veilig te stellen. Lees meer Ars sine scientia nihil est. De kunst van interdisciplinair onderzoek, in Kunstlicht 30 (2009)
|
Gabriël van den Brink Hoewel er veel en hartstochtelijk over de positie van migranten in de samenleving wordt gedebatteerd, is het niet eenvoudig om vast te stellen waar het debat nu eigenlijk om draait. Nog moeilijker is het om vast te stellen of het met dit debat de goede dan wel de verkeerde kant opgaat. Om nog maar te zwijgen over de vraag welke bijdrage het meest zinnig is. Wie zich als krantenlezer of TV-kijker een beeld wil vormen van de voornaamste standpunten vindt een brede waaier aan opvattingen. Er dienen zich inmiddels vele stemmen aan die allemaal een andere diagnose van de situatie inhouden. Lees meer [pdf]
|
|
Beeldlezen moet je leren (2009) |
|
Joost Pollmann Tecumseh Sparrow Spivet is een twaalfjarige cartograaf die per vrachttrein stiekem vanuit Montana naar Washington reist om een prestigieuze prijs uitgereikt te krijgen in het Smithsonian Institute. Dat is, heel kort gezegd, de inhoud van Reif Larsens roman The Selected Works of T.S. Spivet, een zelfgenoegzaam boek dat uiteindelijk nergens over blijkt te gaan. Op het eerste gezicht, zo op het óóg, lijkt het een uitermate prikkelend werk omdat de tekst is doorspekt met kaartjes, diagrammetjes en dwarsdoorsneetjes. Onze jonge cartograaf maakt te pas en te onpas tekeningen die een samenvattende en verhelderende doelstelling hebben: ‘complexity reduced!’, zoals zijn mentor in het Smithsonian zegt. Wanneer Spivet een briefopener cadeau krijgt, tekent hij eeninfographic die de lezer in vier stappen laat zien hoe je dat doet, een brief opensnijden. Lees verder, Letterlijk & Figuurlijk
|
Gabriël van den Brink Er is een tijd geweest dat het spreken over de nationale identiteit van Nederland heel erg ‘fout’ gevonden werd. Nationale trots was iets voor stoere staten zoals Frankrijk of de VS maar een enigszins beschaafde natie deed daar niet aan mee. In elk geval lieten veel Nederlanders zich graag voorstaan op hun traditionele openheid en hun kosmopolitische ruimhartigheid. Maar dat zelfbeeld is inmiddels wreed verstoord. Ook in ons land zijn vragen rond de nationale identiteit hoog op de agenda gekomen en maken zij hartstochtelijke debatten los. De een benadrukt dat er niet zoiets als ‘de’ Nederlandse identiteit bestaat, de ander vindt dat een arrogante zienswijze die niet aansluit bij de ervaringswereld van gewone burgers. Lees meer [pdf] |
|
Migratie van het goddelijke (2006) |
Gabriël van den Brink Tegen de zomer van 2005 besefte ik dat de belangstelling voor geestelijke cultuur weer aan het groeien was. In het tijdsbestek van een half jaar was ik van diverse kanten benaderd met de vraag wat de betekenis van godsdienst of geloof in de moderne tijd zou kunnen zijn. Eind november sprak ik in het katholieke Nijmegen over de rol van religie bij het cultiveren van waarden en normen. Eind december vroeg de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie welke houding men het beste tegenover moslimjongeren kan aannemen. Begin januari hield ik een korte voordracht over welzijnswerk en zingeving. Medio januari was er in Rotterdam een bijeenkomst over de relatie van islam en burgerschap. Eind februari organiseerden twee linkse politieke partijen in Utrecht een symposium over morele vraagstukken. Op 1 april sprak ik in Naarden de Comeniuslezing over religieuze tolerantie uit. Eind april werd mij verzocht om iets te zeggen over de opdracht van christelijke kerken in deze tijd. Midden mei schreef ik een tekst over de plaats van vrijmetselaren in de geschiedenis. Een dergelijk patroon roept bij de cultuursocioloog vanzelfsprekend vragen op. Het kan geen toeval zijn dat vragen rond geloof in het sterk geseculariseerde Nederland zoveel belangstelling oproepen. Zou er toch een tijdgeest zijn die in verschillende milieus tot eenzelfde gedachte leidt? En als een dergelijke geest bestaat, hoe kan het dan dat 75 procent van de bevolking bij geen enkele kerk aangesloten is? Over deze vragen wil hieronder nadenken. Lees verder [pdf]
|
|
Welsprekende waarschijnlijkheden (2005) |
|
Heidi de Mare Abstract:"Documentary in Dispute: A Reconsideration of Premises" (lecture Berlin February 2005). In 2002 the VPRO, a critical Dutch cultural television channel sponsored the documentary Ford Transit made by the Dutch-Palestine director Hany Abu-Assad. The documentary, focusing on the white vans, originally Israeli, now used in Palestine areas as taxis, turned out to be partly based on a script, with (professional) actors in stead of social actors and with invented Israeli shooting. The fierce, but unclear debate that followed spoke in terms of truth or fake and was devoted to the question whether this film might be called a documentary or not. Academics and journalists on the one hand claimed that only social actors made a film a documentary. On the other hand directors confessed that they often artificially remade/ invented a situation for the benefit of the documentary. Be it the artificially produced smoke instead of morning mist on the meadow (Jos de Putter), be it the singer André Hazes who bought the birthday present for his wife twice (John Appel), be it that the director waited for the ‘right’ gesture of a social actor (Pirjo Honkasalo). Meanwhile, the VPRO has detached itself from Ford Transit. Up till now the documentary is sparsely shown, and if so with a reminder in advance that it is not a documentary. Perhaps 'capturing the truth' is - terms of 'recording the real', 'realism', 'non-fiction', 'social actor'- bot the right way to think about documentaries. Lees verder, 'Waarschijnlijke welsprekendheden. Het misplaatste moralisme in het Nederlandse documentairedebat naar aanleiding van FORD TRANSIT (2002)' [pdf English].
|
Gabriël van den Brink 'Goed besturen’ wordt steeds moeilijker en er zijn vele maatschappelijke ontwikkelingen die daartoe bijdragen. Ten eerste werden burgers de afgelopen decennia veel mondiger en gingen hun verwachtingen met betrekking tot de overheid omhoog. Ten tweede werd de problematiek die zich aan de overheid opdringt steeds ingewikkelder terwijl de diversiteit aan opvattingen vooralsnog groeit. Ten derde kregen overheden minder speelruimte voor eigen besluitvorming, zowel door afnemende financiële middelen als door ontwikkelingen in internationaal verband. Door dat alles lijkt goed bestuur een haast onmogelijke opgave. Het is echter een misvatting dat de moeilijkheidsgraad of complexiteit van het bestuurlijk werk alleen maar objectieve kanten heeft. Minstens even belangrijk is de subjectieve kant van het verhaal. Daarmee doel ik op de culturele bagage, de bestuurlijke ervaring, de intellectuele rijkdom en de moed die een bestuurlijk elite (zou moeten) kenmerken. Een probleem kan bijzonder ingewikkeld zijn maar het is al half opgelost als men een helder perspectief voor ogen heeft. Omgekeerd geldt dat simpele tegenslag tot een reusachtig probleem kan uitgroeien omdat er verkeerd wordt nagedacht. Met andere woorden: de moeilijkheidsgraad van ‘goed bestuur’ hangt mede af van de manier waarop men zelf denkt of spreekt en de mate waarin men anderen van de eigen visie overtuigt. Lees verder: Eigen mening eerst! Kanttekeningen bij het publieke debat in Nederland. |
Gabriël van den Brink Men zegt vaak dat we op weg zijn naar een kennismaatschappij. Hoe die eruit ziet weten we niet, maar het staat wel vast dat het om een ingrijpende verandering zal gaan. Sommigen zien alleen de positieve kanten van deze ontwikkeling. Zij prijzen de mogelijkheid om de meest uiteenlopende informatie te verzamelen, om in contact te treden met gelijkgezinden in een ander land, om zonder onkosten of milieuvervuiling kennis te vermeerderen of om burgers direct te betrekken bij de politieke besluitvorming. Anderen wijzen liever op de gevaren van deze ontwikkeling. Zij zien een nieuwe tweedeling ontstaan waarbij mensen zonder computer vroeg of laat verworden tot tweederangsburgers. Of zij zien lugubere mogelijkheden tot wereldwijde manipulatie van informatiestromen met alle risico’s van dien. Of ze zien de menselijke ervaring wegdampen naarmate grote delen van de bevolking zich overgeven aan een virtuele realiteit. Lees verder [pdf] |
|
Gedisciplineerd kijken (1999) |
|
Heidi de Mare Kijken is voor alle wetenschappers die visuele artefacten uit de geschiedenis onderzoeken - fotografie, schilderijen, film, architectuurtekeningen, prenten en reclame - een eerste vereiste. Maar om te weten wat men ziet moet men beschikken over begrippen om gelijktijdig en gelijksoortig beeldmateriaal te kunnen vergelijken. Gedisciplineerd kijken vraagt dan ook een reflectie ten aanzien van het kunsthistorisch taalgebruik: de woorden en de concepten die men gebruikt om beeldmateriaal te benoemen en te beschrijven doen er toe. Lees verder in 'Gedisciplineerd kijken: van kunstgeschiedenis naar historisch formalisme', in het Jubileumnummer van Kunstlicht, jaargang 20, no. 3-4
|
|
De verbeelding onder vuur (1997) |
|
Heidi de Mare '... Er zijn voor mij als kunsthistorica drie redenen om het 'realisme-debat' hier te analyseren. Ten eerste belemmert dit debat het huidige wetenschappelijk onderzoek naar zeventiende-eeuwse Hollandse schilderkunst omdat het kunstmatig 'kampen' - voor of tegen de iconologie - consolideert. Nieuwe, grensoverschrijdnede benaderingen van de jongste generatie promovendi die kennismaakten met recente theoretisceh ontwikkelingen in uiteenlopende disciplines, worden daardoor in de praktijk gemarginaliseerd. Bij nadere beschouwing blijkt het debat niet alleen eerder te zijn begonnen - getuige de confrontatie tussen Alpers en Miedema midden jaren zeventig - maar ook fundamenteler te zijn. Lees verder in 'De verbeelding onder vuur. Het realisme-debat der Nederlandse kunsthistorici', in: 'Theoretische Geschiedenis, jaargang 24, no. 2
|
|
Against Interpretation (1964) |
Susan Sontag .... Thus, interpretation is not (as most people assume) an absolute value, a gesture of mind situated in some timeless realm of capabilities. Interpretation must itself be evaluated, within a historical view of human consciousness. In some cultural contexts, interpretation is a liberating act. It is a means of revising, of transvaluing, of escaping the dead past. In other cultural contexts, it is reactionary, impertinent, cowardly, stifling. Today is such a time, when the project of interpretation is largely reactionary, stifling. Like the fumes of the automobile and of heavy industry which befoul the urban atmosphere, the effusion of interpretations of art today poisons our sensibilities. In a culture whose already classical dilemma is the hypertrophy of the intellect at the expense of energy and sensual capability, interpretation is the revenge of the intellect upon art. Lees meer [Against Interpretation] |
|